Iran en de gerechtvaardigde oorlog

Dat de ‘preventieve’ oorlog een betwistbare zaak is, is sinds de aanval op Irak door de Verenigde Staten en bondgenoten, in de academische wereld een feit. Artikel na artikel, paper na paper, boek na boek is erover volgeschreven door de wetenschappers, maar consensus is toch nog ver te zoeken. De vraag is; mag land x land y aanvallen, zonder dat land y land x expliciet bedreigt? Als we dit invullen met echte landen; mag Nederland Iran aanvallen om preventief eventuele kernwapens te vernietigen, zonder dat Iran Nederland expliciet met een atoomwapenaanval bedreigt? De PVV riep 14 december j.l. in de Tweede Kamer op tot een preventieve aanval op Iran, wat 15 december j.l. werd genuanceerd tot het steunen van zo’n preventieve aanval uitgevoerd door de VS en/of Israel. Wat zegt het internationaal recht hierover?

Als we in het internationaal recht praten over een preventieve aanval, dan hebben we het over het jus ad bellum, oftewel de regels die het GEBRUIK VAN GEWELD voorafgaand aan de werkelijke strijd, binnen de internationale gemeenschap regelen. Veruit de belangrijkste regelgeving voor het jus ad bellum is te vinden in het Handvest van de Verenigde Naties (HVN), met Artikel 2 lid 4 voorop. Dit artikel verbiedt namelijk het gebruik van geweld tussen landen. Gebruik van geweld tegen een ander land is alléén geautoriseerd (volgens artikelen 39 in samenhang met artikelen 41 & 42 HVN) met toestemming van het collectieve veiligheidssysteem van de VN; de Veiligheidsraad. Dit lijkt een vrij simpel en goed doordacht systeem. Mocht een land, laten we zeggen Iran, een bedreiging vormen voor de internationale gemeenschap door te dreigen met een aanval met kernwapens, dan zal het collectieve veiligheidssysteem ingrijpen en de Iranese bedreiging voor de vrede en veiligheid uitschakelen.

Echter, het Handvest is ook een beetje hypocriet want artikel 51 HVN legt namelijk evengoed vast dat een land WEL geweld mag gebruiken als het zichzelf moet verdedigen tegen een gewapende aanval. Dit is vreemd, want in principe zou het collectieve veiligheidssysteem hier al hebben moeten ingrijpen, omdat het aanvallende land artikel 2(4) overtreed en een bedreiging voor de vrede en veiligheid vormt. Dit betekent bij sprake van actieve zelfverdediging tegen een gewapende aanval dat het collectieve veiligheidssysteem niet werkt of heeft gefaald (ook een hele actuele discussie, maar een waar ik hier verder niet op inga) Met andere woorden, het HVN gaat er vanuit dat het opgezette systeem, het verbannen van geweld door artikel 2(4) en het aanpakken van vrede- en veiligheidsbedreigers door het collectieve veiligheidssysteem, niet waterdicht is. Er is dus een uitzondering op de regel gecreëerd waardoor ieder land zich nog wel mag blijven verdedigen met geweld. Ja … volgt u me nog?!

Concreet komt het hierop neer: Het gebruik van geweld, oftewel een ander land aanvallen, is niet altijd in strijd met internationaal recht. Er zijn twee mogelijkheden, 1. je heb autorisatie van de Veiligheidsraad (dus een consensus binnen de internationale gemeenschap) of 2. je moet jezelf verdedigen tegen een gewapende aanval.

De oplettende lezer heeft misschien opgemerkt dat de uitleg over het HVN en de terminologie die gebruikt wordt nogal wat te raden overlaat. Wat wordt precies verstaan onder begrippen als BEDREIGING VAN DE INTERNATIONALE VREDE EN VEILIGHEID, ACTIEVE BEDREIGING en wat houdt INGRIJPEN precies in? Wanneer mag een land zich verdedigen, pas als de bommen vallen op het grondgebied? Is dat niet te laat? Mag een actieve bedreiging niet PREVENTIEF worden uitgeschakeld? En hier bevinden we ons precies op het snijvlak tussen politiek en internationaal recht. Met andere woorden, hoe vult de politiek de regels van het internationaal recht in?

Laten we het bovenstaande toepassen op de uitspraken van PPV kamerlid Kortenoeven van 15 en 14 december j.l. Allereerst de uitspraak dat Nederland preventief actie moet ondernemen tegen Iran. De crux hierin is, is dat Iran Nederland niet direct bedreigt, noch conventioneel (oftewel met een Iraans leger dat aan de grens staat met tanks en bommenwerpers) noch met terreur. Mocht Iran kernwapens hebben, dan hoeft Nederland in principe niet bang te zijn dat ze op Nederlands grondgebied zullen eindigen. De ballon van zelfverdediging gaat hier zodoende niet op. Een preventieve aanval van Nederland op Iran zou volledig in strijd zijn met internationaal recht.

Dan, de meer genuanceerde uitspraak van Kortenoeven, dat Nederland een preventieve aanval op Iran door Israël/VS zou moeten steunen. Hier treden we in het gebied van het collectieve veiligheidssysteem. Graag verwijs ik naar een eerder Vitoria Artikel over Iran (‘Nucleair Iran en de rechtvaardige oorlog’) waarin ik uitleg dat een nucleair Iran gevaarlijk wordt geacht, maar dat er nog niet bewezen is dat Iran daadwerkelijk atoomwapens bezit. Zoals altijd in het recht is formulering erg belangrijk. Pas als het bewezen is dat Iran DAADWERKLIJK atoomwapens heeft ontwikkeld is het in overtreding van afspraken waaraan het zich hoort te houden. Namelijk dat Iran nooit atoomwapens mag ontwikkelen volgens het Non Proliferatie Verdrag (NPV) dat het land heeft ondertekend. Volgens dit verdrag mag Iran wel atoomenergie gebruiken voor vreedzame middelen en zijn de kernreactoren die Iran bezit dus volledig legaal. Het NPV legt echter ook vast dat Iran, zoals ieder lid van het NPV, toezicht moet toestaan op zijn nucleaire programma. DIT is waar Iran recalcitrant is (waarschijnlijk om redenen te maken hebben met de praktische geopolitiek in die omgeving); het laat geen toezichthouders toe waaruit de internationale gemeenschap afleidt (onder leiding van Israël en de VS) dat Iran stiekem kernwapens ontwikkelt. Te weten, de Veiligheidsraad zit hier bovenop. Er gelden meerdere internationale economische sancties tegen Iran en ook diplomatiek worden er veel inspanningen geleverd om Iran over te halen om toezicht weer toe te staan.

Volgens het internationaal recht zou de steun van Nederland aan een preventieve aanval op Iran om zijn kernwapens onschadelijk te maken moeten afhangen van de besluitvorming in de Veiligheidsraad. Als er een militaire actie door de Veiligheidsraad wordt geautoriseerd tegen Iran, is Nederland volledig bevoegd om deze te steunen. Voor die tijd, zou het af te raden zijn voor Nederland om enige aanval op Iran (op wat voor manier dan ook) te steunen. Niet alleen omdat het in strijd zou zijn met internationaal recht, maar ook om te voorkomen dat we weer in een Irak-achtige situatie terechtkomen. Immers, ook van Irak werd gedacht dat het massavernietigingswapens had en dat een preventieve aanval gewenst was en met betrekking tot Irak ging deze aanval buiten de Veiligheidsraad om.

Met dit artikel wil ik niet pretenderen dat het collectieve veiligheidssysteem van de VN goed is en dat we daar blindelings op moeten vertrouwen. Uit het VN-recht afstammende regels kan je zelfs afleiden dat de VN er zelf niet van overtuigd zijn dat de Veiligheidsraad een effectief orgaan is. Persoonlijk ben ik van overtuigd dat dit collectieve systeem aan een make-over toe is, maar dat is een andere discussie. Relevant zijn de regels en systemen die nu gelden. Dit betekent dat Nederland, zolang het niet direct bedreigd wordt door een aanval van Iran, een aanval OP Iran alleen mag steunen in de context van de VN Veiligheidsraad. Een kritische kanttekening hierbij; internationaal recht is zodanig vatbaar voor politieke invulling, dat het moeilijk is om aan te geven wanneer een land DAADWERKELIJK internationale regelgeving overtreedt en wanneer er precies ingegrepen mag worden. Nederland doet er goed aan om deze discussie op het internationale vlak te voeren in plaats van wilde uitspraken op nationaal niveau te doen over preventieve aanvallen op Iran.